Ga naar hoofdinhoud

De ouder als rem van het kind

Niet alleen school remt een hoogbegaafd kind het vaakst, het is de ouder zelf. Marjolein legt bloot hoe angst, vermoeidheid en oude overtuigingen een routekeuze sturen naar de weg van de minste weerstand. Onderzoek toont dat versnellen niet schaadt, maar structurele onderstimulering wel schaadt. Het echte werk zit dieper: het eigen proces van de ouders, rouw, herkenning en acceptatie, bepaalt of een kind zichzelf mag zijn. Persoonlijk, kritisch en onderbouwd met wetenschappelijke bronnen.

Over de route van een hoogbegaafd kind beslist zelden de wetenschap. Het voelt alsof het onderwijs de koers bepaalt, maar in de praktijk is het meestal het proces van de ouder dat stap voor stap de richting kiest. Neem het thema versnellen. Het komt regelmatig voor dat versnellen zinvol is voor een hoogbegaafd kind, meestal omdat het niveau van de groep allang is ontgroeid. En dan wijst iedereen naar school als de partij die remt. Maar ik hoor wonderlijk vaak iets anders: het zijn de ouders zelf die op de rem trappen. "We willen ons kind nog even kind laten zijn", "We willen geen bijzondere behandeling." En de meest hardnekkige: "de leerkracht ziet ons kind wel, dus het komt goed." Onder deze uitspraken zit een aanname die vrijwel nooit wordt uitgesproken: er bestaat geen gemiddeld hoogbegaafd kind. Het gemiddelde past dus niet. Of het lijkt te passen en heeft een hoge prijs waar je als gezin de rekening voor krijgt.

En als het lijkt te passen, blijkt na verloop van tijd alsnog dat de match er nooit was. Wie beleid, geruststelling of een wachtstrategie baseert op wat voor de meeste kinderen werkt, bouwt op een fundament dat voor dit kind niet werkt. Dat klinkt hard, en ik snap ook waarom het zo makkelijk gebeurt. Kom ik zo op terug.

Laat ik bij het kind beginnen, want daar is het beeld verrassend eenduidig. Versnellen schaadt het welbevinden van begaafde kinderen niet. De effecten op hun sociaal-emotionele aanpassing zijn neutraal tot positief (Steenbergen-Hu, Makel & Olszewski-Kubilius, 2016). Een onderzoek dat kinderen 35 jaar volgde, noemt de zorgen over hun welzijn zelfs ongegrond (Bernstein, Lubinski & Benbow, 2021). Omgekeerd is onderstimulering wel schadelijk.

Structureel onder je niveau werken leidt tot afhaken, motivatieverlies en onderpresteren (Webb et al., 2016; Steenbergen-Hu, Olszewski-Kubilius & Calvert, 2020). En dit is nog maar een greep uit de onderzoeken over dit onderwerp. Hier hoort meteen een eerlijke kanttekening bij, anders wordt dit verhaal net zo plat als waar ik me aan stoor in het werkveld. Soms is het niet de ouder die remt uit angst, het is het kind zelf dat niet wil. "Ik wil bij mijn vriendjes in de klas blijven" is een legitieme afweging. Instrumenten die scholen gebruiken om versnellen te beoordelen wegen sociaal-emotionele gereedheid en de wens van het kind zelf uitdrukkelijk mee, naast het cognitieve niveau. Een kind dat aangeeft ergens niet klaar voor te zijn, verdient het gehoord te worden. Het lastige zit in het onderscheid. Is dit de authentieke stem van je kind die een grens aangeeft, of is het een zin die jij als ouder net iets te makkelijk aangrijpt omdat 'ie je eigen aarzeling bevestigt?

Die vraag stel je jezelf niet één keer, die stel je jezelf steeds opnieuw, want het antwoord verschuift met de leeftijd en de situatie. Toch is dit vaak niet de route die een hoogbegaafd kind uiteindelijk aflegt. Ouders wijzen naar school (zij werken niet mee), school wijst naar het kind (het laat het niet zien). Volgens mij zit een deel van de oplossing ergens anders. Naast het proces van het kind loopt een tweede proces mee, dat van de ouder. En dat proces weegt minstens zo zwaar. Een hoogbegaafd kind grootbrengen gaat gepaard met reële ouderstress en vraagt veerkracht van het hele gezin (Renati, Bonfiglio & Pfeiffer, 2017). Recenter onderzoek laat zien waar die stress vooral vandaan komt, namelijk uit de cognitieve asynchronie van het kind en de manier waarop het zijn spanning reguleert (Renati, Pfeiffer & Bonfiglio, 2025). De ouder voelt die mismatch dagelijks en dat is de bodem waarop elke routekeuze wordt gemaakt.

Ouders van hoogbegaafde kinderen omschrijven hun aanpak vaak als kindgestuurd, en voelen zich tegelijk sociaal geïsoleerd omdat de omgeving hun kind niet begrijpt, en zowel fysiek als emotioneel uitgeput (Peebles, Mendaglio & McCowan, 2023). Wie zo in het leven staat, kiest zelden rustig een route na een afweging van alle scenario's. Die kiest vanuit vermoeidheid, vanuit de wens om de rust in huis te bewaren, vanuit de angst om het opnieuw mis te laten gaan. Volstrekt begrijpelijk. Maar dat is precies wat een route stuurt richting het oude vertrouwde, richting de weg van de minste weerstand, in plaats van richting wat dit specifieke kind nodig heeft. Ik schrijf dit helaas niet vanaf de zijlijn. Mijn eigen proces vertraagde de route van mijn dochter. Ja, dat is nogal wat om toe te geven. Ik kan je zeggen: geen fijn gevoel. Mijn eigen overtuigingen over wat er binnen het onderwijs mogelijk was, wat hoorde en hoe graag ik in het normaal wilde passen, hielden haar tempo tegen.

En ik had aanvankelijk ook niemand om mee te sparren over wat er wél kon. Wist ik veel waar ik terecht kon voor informatie? 11 jaar geleden zag het aanbod voor ondersteuning bij hoogbegaafdheid er ook echt anders uit. Had ik maar wel een sparringspartner gehad, want een reguliere school draagt oplossingen aan die voor het gemiddelde kind gelden. Dat is logisch, maar niet altijd de oplossing. Voor jouw kind betekent dat: je zult zelf creatief moeten zijn, strategisch moeten handelen en een relatie moeten opbouwen met degene die scenario's mogelijk maakt. Klinkt berekenend? Nee, vind ik niet. Het is eerder het besef dat je de ander nodig hebt om voor jouw kind een ander aanbod te faciliteren. Dan zul je moeten samenwerken. Dat werk ligt bij jou, of je daar nu klaar voor bent of niet. Als ouder ben je ook volop aan het verwerken wat er gaande is met je kind. Je herkent misschien veel van wat je kind meemaakt en doorleeft daarmee zelf een proces van rouw, erkenning en zoeken.

Dat kan zich uiten in gedrag dat de ontwikkeling van je kind remt. Ik zeg dit niet alleen vanuit de literatuur, ik ben er zelf ruimschoots doorheen gegaan, en geloof inmiddels dat het een doorlopend proces is. Je kind helpen bij het accepteren van zijn bedrading, je eigen bedrading accepteren, de gemiste kansen, het gevoel van niet gezien zijn, het zoeken naar een weg die resoneert. Als ouder van een thuiszitter ken ik die processen van binnenuit. De neiging om je kind toch het reguliere schoolsysteem in te duwen. De neiging om alles overhoop te gooien en een eigen weg te zoeken buiten de gebaande paden. En hoe al die andere scenario's je kunnen verlammen om actie te ondernemen. De eerlijke vraag die ik mezelf moest stellen was: rem ik hier voor mijn kind, of rem ik voor mijn eigen angst? Die vraag was ongemakkelijk en pijnlijk. Ik leverde uiteindelijk zelf een aandeel aan de rem in haar proces, omdat ik handelde vanuit eigen angst.

Er was een hulpverlener die dat zag en durfde te benoemen. Dat was geen aangenaam gesprek. Uiteindelijk bepaalt het gezin de route van het kind. Er wordt gesputterd over school, de leerplichtambtenaar, de jeugdarts. Maar de keuze ligt bij het gezin. Alleen is die keuze niet voor iedereen hetzelfde soort keuze. De ene familie emigreert vol overtuiging om passend (thuis)onderwijs te realiseren, of vindt een begaafdheidsprofielschool, een voltijd HB-setting, of organiseert thuisonderwijs. Voor die families is de vraag: welke route past het beste? Voor een andere familie is de vraag heel anders, want het geld is er niet, de afstand is te groot, de baan laat het niet toe. Dat is een andere realiteit dan "geen keuze voelen" terwijl er wel opties liggen, alleen niet zichtbaar zijn omdat niemand ze heeft aangereikt, of omdat je als ouder te uitgeput bent om ze zelf op te sporen. Alle groepen verdienen iets anders. De eerste groep heeft geen advies nodig, die heeft erkenning nodig voor wat het kost om die route te bewandelen.

De tweede groep heeft juist wél iemand nodig die meedenkt, die de opties op tafel legt die je zelf niet meer ziet omdat je hoofd vol zit met de dagelijkse strijd. En de derde groep, die écht vastzit aan geld, afstand of een systeem dat niet meebeweegt, verdient dat we ophouden te doen alsof "je eigen route bepalen" voor iedereen even haalbaar is. Dat gesprek over haalbaarheid hoort ook op tafel, anders leg je onbedoeld 'schuld' bij ouders die simpelweg geen bewegingsruimte hebben. Misschien zoeken we de sleutel op de verkeerde plek. We staren naar het kind en naar de perfecte schoolkeuze, terwijl het proces van de ouder vaak de doorslag geeft. Wat hoogbegaafde mensen later zelf aanwijzen als bepalend, is of er ergens een echte match was en of ze zichzelf mochten zijn (Frumau-van Pinxten, Derksen & Peters, 2023). Ondersteun dat ouderproces, zodat de routekeuze het kind gaat dienen. En dat proces is niet voor elke ouder hetzelfde.

Ben je zelf hoogbegaafd, dan herken je vaak delen van je kind in jezelf, en dat brengt zijn eigen verwerking met zich mee. Ben je dat niet, dan speelt er iets anders. Dan moet je onder ogen zien dat je referentiekader het gemiddelde is, terwijl je kind daar niet in past. Je eigen jeugd, je eigen schooltijd, je eigen idee van wat normaal is, dat alles is gevormd door een ervaring die je kind niet deelt. Dat vraagt acceptatie van iets dat je niet uit eigen ervaring kent, en dat kost aanpassing en frustratie die een hoogbegaafde ouder in die vorm niet hoeft door te maken. Als je als ouder jouw eigen proces aangaat, de angst, de rouw, de bedrading die je bij jezelf herkent of juist moet leren begrijpen zonder dat je jezelf erin herkent, dan doe je meer dan je kind vandaag helpen. Je legt een fundament voor je kind waardoor het zichzelf kan zijn. Wat jij nu uitzoekt, hoeft je kind niet nog een keer helemaal opnieuw uit te vogelen.

Geen enkel gezin doorloopt dit hetzelfde, de een vecht tegen herkenning, de ander tegen onbekendheid, maar het werk dat het vraagt is voor beide reëel. Ga je dat proces uit de weg, vraag jezelf dan kritisch af of dat helpend is voor het proces van je kind. Werken aan jezelf dient twee generaties. Wat jij nu leert accepteren, hoeft je kind straks niet zelf nog te leren accepteren.