Ga naar hoofdinhoud

Ik ben echt geen einstein hoor!

Einstein was niet goed in talen, zakte voor zijn toelatingsexamen en belandde als patentklerk derde klasse. Niemand zag een genie in hem. Wat hij wel had: een leerhonger die zich door niets liet temmen. Dat is precies wat hoogbegaafdheid zo vaak onzichtbaar maakt. Niet het rapport, maar de intensiteit waarmee iemand de wereld wil begrijpen. De vraag is of jij jezelf daarop durft te beoordelen.

Wie aan het woord hoogbegaafd denkt, maakt bijna automatisch de parallel met Einstein. Deze natuurkundige waarvan nooit het IQ is gemeten maar wordt geschat tussen de 180 en 200+, wordt als het boegbeeld van een slim persoon gezien. Niet heel gek dus dat mensen nogal schrikken als ze hoogbegaafd blijken te zijn maar zich niet herkennen in Einstein.

Laten we Einstein eerst even van z'n voetstuk af halen. Hij was geen wandelend encyclopedie die overal moeiteloos in uitblonk. Hij was goed in precies twee dingen: wiskunde en natuurkunde. Absoluut heel knap. Geen twijfel over mogelijk. Maar voor de rest gold hij als een volkomen normale puber, en zag niemand een genie in hem. Wat naast talent voor wiskunde en natuurkunde wel opvallend was, was een leerhonger die zich door niets liet temmen.

Rond zijn twaalfde had Einstein zichzelf al door calculus heen geworsteld, zonder hulp van een leraar, puur uit nieuwsgierigheid naar hoe de wereld in elkaar zat. Op zijn eindexamen haalde hij de hoogste cijfers voor algebra, meetkunde en natuurkunde, een 6 op een schaal waar 6 het hoogst was. Maar dit is niet het hele verhaal. Want Frans lag hem voor geen meter, net als de meeste andere taalvakken.

Een veel geciteerde uitspraak van zijn docent Grieks is dat er nooit iets van Einstein terecht zou komen. Kun je het je voorstellen dat een docent dit zegt? Op zijn zestiende zakte Einstein voor het algemene toelatingsexamen van de ETH Zürich, specifiek door de talige onderdelen. Hij moest een jaar terug de schoolbanken in om zich bij te spijkeren, voor hij alsnog werd toegelaten. Op papier was Einstein dus, heel officieel gezien, gezakt.

Zijn loopbaan startte al even onstuimig. Zijn eigen hoogleraar natuurkunde Heinrich Weber weigerde hem aan te bevelen voor een universitaire baan. Doordat Einstein Weber weigerde aan te spreken als professor en zijn eigen ideeën liever volgde in plaats van Webers meer empirische aanpak, bekoelde de relatie tussen de twee.

Het weigeren van Weber leidde na het afstuderen van Einstein tot twee jaar werkloosheid. Toen hij in 1902 eindelijk aan de slag kon als patentklerk bij een patentbureau, ontwikkelde hij in de anonimiteit de algemene relativiteitstheorie die hij drie jaar later de wereld instuurde. Onbekend en geen geniestatus. Einstein was gewoon een klerk met een bijzondere hobby.

Waar kwam die leerhonger bij Einstein vandaan? Voor een deel zou dat kunnen zitten in gedrevenheid, een van de drie ingrediënten in Renzulli's drieringmodel naast capaciteiten en creativiteit. Hoe hard je je in iets vastbijt, blijkt vaak zwaarder te wegen dan puur talent. Dabrowski noemde dat overexcitability: een intellectuele honger die niet stopt bij het einde van het lesuur, en die in de klas net zo goed als dromerig of lui kan overkomen.

Die leerhonger, die vragen die maar niet stoppen, dat vastbijten tot je het snapt, dat herken jij misschien ook bij jezelf. Staar je dan niet blind op een schoolrapport waar onvoldoendes op staan. Dat is een instrument dat nooit is uitgevonden om gedrevenheid, intensiteit of creativiteit te meten. Bedenk dus goed of jij jezelf wilt afrekenen op die ene onvoldoende voor wiskunde of je manier van denken en zijn wilt omarmen.

Gedrevenheid en leerhonger bij jezelf herkennen, ondanks een matig rapport, is nog niet hetzelfde als weten wat je ermee moet. Einsteins pad na school was geen rechte lijn naar roem, eerder jaren aanmodderen voor hij iets bereikte. Maar het was wel z'n eigen gekozen weg. Aanpassen aan het systeem of je eigen weg zoeken kosten allebei wat. De vraag is wat je meer waard is.