Als je snel en diep denkt, bouw je in gedachten al een compleet beeld van hoe iets kan worden voordat je de eerste stap zet. Vooruitdenken, verbanden leggen, kwaliteit herkennen voordat je hem zelf kunt neerzetten, dit hoort bij de cognitieve complexiteit die wordt beschreven bij mensen met een ontwikkelingsvoorsprong (Subotnik et al., 2021). Die scherpte verklaart waarom je soms teleurgesteld raakt in iets dat voor iedereen om je heen al meer dan goed genoeg is. Je ziet gewoon meer dan de rest. Dat is geen overgevoeligheid. Dat is precisie.
Onderzoek maakt binnen perfectionisme een onderscheid dat bepaalt of de eigenschap je vooruit helpt of juist vastzet. Prestatiegericht perfectionisme betekent dat je jezelf hoge, persoonlijke standaarden stelt, en daar de motivatie uit haalt om door te zetten. Deze vorm hangt in onderzoek samen met betrokkenheid en welbevinden, niet met angst of vermijding (Stricker, Buecker, Schneider & Preckel, 2020). Zelfkritisch perfectionisme is de andere kant: voortdurend twijfelen aan je eigen kunnen, piekeren over fouten, en het gevoel dat een resultaat nooit goed genoeg is. Deze vorm hangt wel samen met onderpresteren en spanning. Misschien noem je jezelf perfectionistisch, maar zit je eigenlijk in een heel andere binnenwereld dan iemand anders die dat woord ook gebruikt.
Zelfkritisch perfectionisme en faalangst liggen dicht bij elkaar, en dat is geen toeval. Faalangst is de angst voor de gevolgen van mislukken: schaamte, statusverlies, het teleurstellen van iemand die ertoe doet (Conroy, 2004). Zelfkritisch perfectionisme is precies dezelfde angst, maar dan naar binnen gericht en gekoppeld aan je eigen, torenhoge standaard. Prestatiegericht perfectionisme mist die angstcomponent grotendeels. Je kunt dus een hoge lat voor jezelf hebben zonder ooit bang te zijn voor het oordeel van een ander. Dat verschil, tussen streven en vrezen, bepaalt of perfectionisme je energie geeft of juist leegtrekt.
Niemand komt ter wereld met een innerlijke jury. Zelfbewustzijn, het besef dat je een apart persoon bent die door een ander bekeken kan worden, ontstaat pas rond de vijftien tot vierentwintig maanden (Lewis & Brooks, geciteerd in Kopp, 2011). Pas daarna werden emoties als schaamte en trots voor jou mogelijk. Het vermogen om jezelf structureel te vergelijken met leeftijdgenoten, de bouwsteen onder zowel perfectionisme als faalangst, rijpte pas rond je zevende jaar. Longitudinaal onderzoek laat zien dat perfectionisme vanaf die leeftijd voor het eerst als stabiel patroon meetbaar wordt (Hong et al., 2017). Wat je als heel jong kind voelde aan frustratie of teleurstelling, was een voorloper die zich, afhankelijk van wat er daarna gebeurde, in twee heel verschillende richtingen kon ontwikkelen.
Perfectionisme ontstaat via twee routes die vaak samen optreden. De eerste is nabootsing: als je zag dat een volwassene om je heen zichzelf pas beloonde bij een perfect resultaat, leerde je diezelfde maatstaf voor jezelf te hanteren (Flett, Hewitt, Oliver & Macdonald, 2002). De tweede is verwachting: als je voelde dat goedkeuring afhing van prestatie, ontwikkelde je de overtuiging dat alleen het beste resultaat telt. Grootschalig onderzoek onder jongvolwassenen laat zien dat gevoelde ouderlijke verwachtingen en kritiek de afgelopen decennia zijn toegenomen (Curran & Hill, 2019). Vaak was het juist goedbedoelde trots, herhaald commentaar op het eindresultaat in plaats van op het proces, die dit patroon voedde, zonder dat er ooit kwade wil in het spel was. Deze route bepaalt met name of jouw prestatiegericht perfectionisme afgleed richting de zelfkritische variant.
Ben je hoogbegaafd, dan word je vaak in één adem genoemd met perfectionisme, alsof het erbij hoort. Een meta-analyse die tien studies samenvoegt, laat een genuanceerder beeld zien (Stricker et al., 2020). Op zelfkritisch perfectionisme, de vorm die samenhangt met angst en onderpresteren, verschillen begaafde mensen niet van hun leeftijdgenoten. Op prestatiegericht perfectionisme, de vorm die juist met betrokkenheid en welbevinden samenhangt, scoren ze gemiddeld iets hoger. Het risico zit dus niet in hoogbegaafdheid zelf. Het zit in wat er gebeurt wanneer die gezonde, hoge persoonlijke lat vermengd raakt met angst voor andermans oordeel, en dat kan iedereen overkomen, begaafd of niet.
Zelfkritisch perfectionisme dat afglijdt richting faalangst is bij te sturen, ook als volwassene. De aanpak volgt direct uit het onderscheid hierboven: je aandacht verschuiven van het eindresultaat naar het proces, en van het oordeel van een ander naar je eigen voldoening. De zelfdeterminatietheorie beschrijft drie basisbehoeften die daarbij houvast geven: het gevoel dat je zelf kunt sturen, het gevoel dat je iets kunt, en het gevoel gesteund te worden, ongeacht het resultaat (Ryan & Deci, 2017). Dat begint vaak met iets kleins. Iemand die tegen je zegt dat een misser geen ramp is, en dat ook laat zien in wat ze doen, leert je dat de hoge lat mag blijven staan zonder dat de angst hoeft mee te komen.
Perfectionisme hoeft geen eigenschap te zijn die je jezelf afleert. Met de juiste aandacht kan het je ver brengen zonder je uit te putten. Dit is één manier van kijken, gebaseerd op wat er tot nu toe bekend is, geen natuurwet en geen garantie. Wat vooral telt is dat je jezelf leert zien om wie je bent, boven wat je maakt. Herken jij het verschil tussen de twee vormen bij jezelf? Deel het hieronder, en laat weten uit welke regio je meeleest. Zo bouwen we samen aan een completer beeld.

